>>PORTRET VAN EEN BEWOGEN CASEMANAGER

PORTRET VAN EEN BEWOGEN CASEMANAGER

31-03-2016

PORTRET VAN EEN BEWOGEN CASEMANAGER

Ze is intelligent, snel, zeer begaan met het lot van haar cliënten. Enthousiast als ze vertelt voor wie ze zich inzet en waar: de mensen met dementie en hun mantelzorgers; in háár stukje van Het Gooi: Hilversum-N.O en Kortenhoef.

Een casemanager
Aan het woord is Sandra Kok(43) die als tiener kinderarts wil worden, maar ontdekt hoe leuk ze het werk van een verpleegkundige vindt. In vier jaar doet ze de opleiding en studeert vervolgens sociologie. Tijdens die studie werkt ze als invalkracht-wijkverpleging in Hilversum en doet ze onderzoek naar “keuzevrijheid van dementerenden”. Dan al ligt het lot van mensen met dementie haar na aan het hart. Na haar studie is ze jarenlang wijkverpleegkundige, een baan die ze combineert met bestuurlijke activiteiten. In 2010 solliciteert ze als casemanager bij Hilverzorg. Met de benoeming op zak start ze bij Gerion de opleiding tot casemanager. Vol lof is ze daarover. Als beginnend casemanager moet ze wennen aan wat meer solistisch werken, maar door een goede coaching vindt ze spoedig haar draai in deze veelomvattende baan.

Casemanagement, onmisbaar voor opvang en begeleiding
Casemanagement blijkt al circa tien jaar onmisbaar in de begeleiding van mensen met dementie én hun mantelzorgers. Direct na indicering fungeert de casemanager als vraagbaak, wegwijzer, sleutelfiguur. Gaandeweg het ziekteproces, als steeds weer nieuwe problemen opdoemen, blijft de casemanager hét baken. In de Zorgstandaard Dementie, in 2013 opgesteld door Alzheimer Nederland en Vilans, staat het takenpakket van de casemanager inclusief alle elementen ervan. Deze standaard vindt brede instemming, óók binnen de politiek, en geldt als gezaghebbend.

Uit die zorgstandaard: Omdat gaandeweg de zorgbehoeften veranderen, ingewikkelder worden, is een vertrouwd, vast aanspreekpunt voor mensen met dementie en hun naasten nodig. De casemanager, die veel kennis heeft van dementie en de sociale kaart, coördineert in de verschillende fasen van het traject zowel behandeling als begeleiding. Zij voert zelf uit wat mogelijk is.

Sandra ervaart opleiding en intuïtie van onschatbare waarde voor het werk. Ze roemt de samenwerking met huisartsen en wijkverpleegkundigen. Met elkaar vormen zij de paraplu waaronder patiënt en diens naasten beschutting vinden. Sandra geniet van de sociale kant van haar werk. Ze is blij als ze van betekenis is voor haar cliënten. Overigens, vertelt ze, is het vaak de mantelzorger die de meeste aandacht vraagt: die lijdt veelal nog het meest onder de situatie.

Ruim een jaar na de start van de WMO
De start van de WMO (1 januari 2015), de daarmee samenhangende overheveling van taken van overheid naar gemeenten en de bezuinigingen veroorzaken nog steeds veel onzekerheid en problemen. “Schraalhans is troef!” Tal van voorzieningen die mantelzorgers ontlasten, zijn moeilijker of niet meer te verkrijgen. Iemand wacht op plaatsing in een verpleegtehuis, zou enorm geholpen zijn met een dagdeel extra dagopvang, maar krijgt die niet. Geen recht op, geen geld voor. Wrang! Daar zit ook het zorgpunt van Sandra: “Langer thuis blijven als beleidsuitgangspunt is prima; wie wil dat niet? De consequenties ervan zijn echter onvoldoende vertaald in beleid.
Gevraagd naar wat op dit moment de grootste uitdaging is in het werk aarzelt Sandra geen moment: “Ondanks die aangescherpte regelgeving het beste voor de mensen met dementie nastreven…”

Casemanagement onder druk
Het casemanagement staat onder druk. De zorgstandaard schrijft voor dat de casemanager de dementerende en diens mantelzorger(s) begeleidt aan de hand van een door de casemanager opgesteld zorgplan. Vanaf het moment van indicering tot aan het einde. Dat uitgangspunt staat nu, vooral vanwege de financiën, onder druk.
Sandra geeft aan dat zij het accepteert dat zij alleen de ‘hoog-complexe ziektegevallen’ (er spelen meerdere ingewikkelde problemen) voor haar rekening neemt en gemotiveerde wijkverpleegkundige de ‘laagcomplexe’. Met dien verstande dat zij die wijkverpleegkundigen begeleidt en als vraagbaak fungeert. Met deze aanpak wordt op dit moment in het werkgebied van Sandra  ervaring opgedaan.

Casemanagement moet blijven
Alzheimer Nederland afdeling Gooi en Omstreken wil het casemanagement behouden! Het wil dat de casemanager dé sleutelpositie blijft behouden in de begeleiding, dat deze een aanvaardbaar aantal cliënten heeft en een onafhankelijke positie inneemt ten opzichte van de zorgaanbieders in de regio.

Eind 2015 heeft de Tweede Kamer in een motie, gesteund door zes partijen, nog eens het belang van case-management onderschreven en aangegeven dat de zorgverzekeringen hiervoor voldoende middelen moeten vrijmaken. Met andere woorden: de politiek belijdt nadrukkelijk dat de Zorgstandaard Dementie uitgangspunt moet blijven van beleid; verheugend!

Tot slot
Ook Sandra is blij met die opstelling. In het belang van haar cliënten en hun naasten, voor wie ze van zo’n grote betekenis is, blijft ze op haar post. Met opgeheven hoofd.

Cees Croes.